dinsdag 6 oktober 2015

Zo voelt het dus

Zo voelt het dus om
grenzeloos te zijn.
Ik lees het nieuws in alle talen,
kan een zee bevaren,
een woestijn doorkruisen,
leef in caravans, huizen,
ken talloze thuizen.
Ik kan geen stad de mijne noemen,
ik kan elke stad de mijne noemen,
Pangea zien,
verglobaliseren.

Zo voelt het dus om
van het pad te raken.
Lichamen die zich alsmaar
vermenigvuldigen,
wc-deuren verdubbelen
en de auto’s hier
blijven maar links rijden.
De nachten spelen zich af
rondom daar waar het
dansbaar is.
De dagen spelen zich af rondom
een klokkentoren.

Zo voelt het dus om jou
hier overzees te zien.
Zo voelen je vingertoppen die mijn voordeur raken,
zo voelen je handen die me tegemoetzwaaien,
zo voelen je voetzolen met daarop de afdruk van alles wat ik kende.
Ik stel je voor aan mijn straten, mijn park, mijn mensen.
Je zegt dat ik hetzelfde klink, maar verder weg.
De Brinta ’s morgens lijkt in niets op wat ik me herinnerde.
Ik ben je schrijvers ontwend.
Ik zie wat je was, 
niet wie je bent.

Zo voelt het
vergrenzen. 

Wat ik was

Uiteindelijk paste alles
in drie verhuisdozen en een vuilniszak.

De kamer was zo kaal;
je kon zien waar de fotolijstjes,
waar een lek in het dak,
waar koffie gemorst op behang.
Er was spinrag.

Ik vroeg me af wat
er achterbleef
van mij
en van mijn tienerjaren,
maar ik rook mezelf niet langer
in vloerplanken.
of waar de klok had gehangen.

Toen ik wegvloog smolt er
een ijsbeer,
dat was wat er van me over was.
Een mensenhuid vernieuwt zo snel:
ik was even
en toen al niet meer
wat ik was.