maandag 23 maart 2015

Liefs uit Londen


We spaarden plaatjes van eigenaardige plaatsen:
van dravende paarden en apen in een oerwoud.
Staarden van het nieuws terug naar onze navel
en het raam uit.

Later, zo vertelden we elkaar,
zouden we een schatkaart vinden.

Wat we ook vonden
op zolders en op rommelmarkten
waren de ansichtkaarten.
We holden dan naar huis
om voor te lezen wat vreemden schreven.

Het regende haast nooit in Spanje.

Kunstenaar

Vandaag besloot ik verliefd te worden
op de kunstenaar die op de bank verscheen.
De deur op slot, de vloer onaangeraakt
aangewaaid door windvlaag, zat hij daar.

Ogen open,
starend van plafond, naar muur, naar raam.
Gaf je hem een kaars dan trok hij zo je schaduw over.
Reikte je hem stenen aan dan vond hij er het lichaam uit.
Hij schreef rotsblokken en luchtballonen
op de tafel, op het nachtkastje,
tot het huis er rood van zag.

Vrijdag gebruikte ik hem als ragebol.
Ik pakte zijn hielen en doopte zijn haren
langs de muren
om  de spinnenwebben weg te halen.
Maar maandag verliet hij deze straat,
stak zonder te kijken de weg over
werd niet geraakt,
liep dwars door een vrachtwagen
de grond weer in. 

maandag 12 januari 2015

Als de kamer kantelt

Als de kamer kantelt

Zweet gutst over de opeengepakte lichamen.
Meisjes kronkelen als wormen,
schuiven meedogenloos aan,
vervangen elkaar, want
mooie gezichten en strakke spijkerbroeken
zijn gemakkelijk vervangbaar.

Uit de menigte stijgen de verlangens op:
ouder lijken, jonger zijn,
oplossen, tijdloos worden,
opgaan in een straatlantaarn,
vreemde huizen verkennen of
de bewustwording van je eigen hartslag

als de kamer kantelt.

Het Spook

Het spook

Het is weer eens zo ver:
ik weet niet wat ik hier doe,
spreek mezelf in keuken toe:
dat ik appels kwam halen om op te eten.

Maar ik was vergeten
hoe van stoep naar supermarkt,
hoe het raam te sluiten.
Herinner me wat het spook zei:
‘Alles van waarde is buiten.’

Ik slenters slechts in cirkels
voor het stoplicht.
Stuur een bericht,
en nog één.
Er is een verklaring uit te graven,
het moet me opgedrongen zijn.
‘Verder lopen kan alleen
als er oplossingen zijn’
zegt het spook.

Ik analyseer alvast
teksten op de koelkast
Er zal in de kantlijn
toch ergens een pijl zijn.

woensdag 24 september 2014

Dronken

Ik word regelmatig dronken
deze dagen,
weet dan niet meer waar ik
ophoud en begin.
Vertraag, maar lach
want het leven is kort
en langer dan de kater,
denk ik dan.
Verwaarloosbaar
de gedachtes aan jou.

Meisjes

We wilden in ongekend tempo ouder worden,
ouder blijven, ouder zijn.
Zoals de meisjes op muziekzenders
en hun zusjes achter kassa's.

We wilden rokend
moeiteloos op hakken
over parkeerplaatsen
flaneren.
Zonder moeders bij het oversteken,
onsterfelijke meisjes zijn.

We wilden giechelend bij groepen, 
buurmeisjes, paardenmeisjes, 
hippie meisjes, emomeisjes,  
lange meisjes, knappe meisjes,
de mooiste meisjes van de klas.

We kwamen telkens terug 
op keuzes,
wisten zeker: 
ze lachen harder
aan de andere kantinetafels.

Toen we wakker werden
voelden we niet eens dat we
geen zusjes meer maar zussen.
We dronken onze koffie en
reden naar de supermarkt. 




donderdag 7 augustus 2014

De Muizen



De muizen

Er zijn hier meer muizen dan vloerplanken in huizen.
Iedereen heeft wat gezegd en is het weer vergeten.
Ik denk aan je als je daar beneden, versleten,
weer eens niet hebt ontbeten en de ramen sluit.

Je had mensen kunnen ontmoeten, iemand kunnen zijn,
maar je reisde niet verder dan het wasgoed aan je lijn.
Je kennis bleef steken bij de dichtstbijzijnde trein.

Je keek naar bloemen en tv
breidde een sjaal.
Als ik je bezocht:
onze stemmen bleven ongebruikt en we aten suikerbrood.
Dagen waren net een omgekeerde film,
al het saaie uitvergroot.

We belden eens:
je hond ging dood,
de sjaal raakte je kwijt,
er liepen muizen onder het tapijt.
Met het tikken van breipennen
verstreek langzaam de tijd.