maandag 13 juli 2015

33


Niemand op maquettes
heeft ooit
overgewicht.
Meisjes met paardenstaarten,
mannen in pakken:
zij staan precies hetzelfde stil.
Een mens is hier
een kop, een kleur zonder gezicht.
Een verzameling
goed geproportioneerde ledematen.

Wat er wel is:
symmetrie op zonovergoten terrassen,
hooikoortsloze heuvels,
een vijver die niet spiegelt.
Er zijn
stoepen vrij van kauwgomvlekken,
bomen die geen wind vangen.

Hier bouwt zich niet langer aan,
is de stad al af.

De vingers van reuzen vellen
laatste oordelen
engelen
tellen, versnellen
processen
tot 33 jaar,
want zo oud zijn we
als we
– angstig of met aflaten –
op weegschaal staan.

woensdag 17 juni 2015

Laf Hart


 Aan het einde van de nacht
wist niemand hoe alleen ik
naast hem lag.
Ik vouwde me op 
onder zijn oksels
sloeg mijn benen 
om zijn heupen
maar mijn ledematen pasten
niet, ik paste
niet.

Probeerde
op te staan, maar
het was warmer hier.
Bovendien,
we waren nu dit spel gestart,
verliet ik hem dan was ik af.
Wat een laf hart.

Ik droomde een katerdroom,
een liedje uit de jaren tachtig.
Toen ik wakker werd
ademde hij drank
en meisjestongen.
Ik sloot de deur.
wiste weer

een nummer.

dinsdag 24 maart 2015

Ik wist het eerder dan je moeder


Eerst las ik een tekst van Rogier.
Rogier vond het allemaal niet kunnen
Poetin, IS en Ebola
en of we het wilden delen.
Ik ging naar de supermarkt en kwam je tegen.
Hoe kan ik oprecht verrast zijn door je zwangerschap?
Ik las het op je Facebook,
ik klikte vind ik leuk,
ik zag het op de foto's
van je echo's,
geplaatst tussen een filmpje
van een maag na 33 Big Mac's
en iemand die een emmer ijswater
over zichzelf heen gooit.
Ik wist het eerder dan
je moeder.


maandag 23 maart 2015

Liefs uit Londen


We spaarden plaatjes van eigenaardige plaatsen:
van dravende paarden en apen in een oerwoud.
Staarden van het nieuws terug naar onze navel
en het raam uit.

Later, zo vertelden we elkaar,
zouden we een schatkaart vinden.

Wat we ook vonden
op zolders en op rommelmarkten
waren de ansichtkaarten.
We holden dan naar huis
om voor te lezen wat vreemden schreven.

Het regende haast nooit in Spanje.

Kunstenaar

Vandaag besloot ik verliefd te worden
op de kunstenaar die op de bank verscheen.
De deur op slot, de vloer onaangeraakt
aangewaaid door windvlaag, zat hij daar.

Ogen open,
starend van plafond, naar muur, naar raam.
Gaf je hem een kaars dan trok hij zo je schaduw over.
Reikte je hem stenen aan dan vond hij er het lichaam uit.
Hij schreef rotsblokken en luchtballonen
op de tafel, op het nachtkastje,
tot het huis er rood van zag.

Vrijdag gebruikte ik hem als ragebol.
Ik pakte zijn hielen en doopte zijn haren
langs de muren
om  de spinnenwebben weg te halen.
Maar maandag verliet hij deze straat,
stak zonder te kijken de weg over
werd niet geraakt,
liep dwars door een vrachtwagen
de grond weer in. 

maandag 12 januari 2015

Als de kamer kantelt

Als de kamer kantelt

Zweet gutst over de opeengepakte lichamen.
Meisjes kronkelen als wormen,
schuiven meedogenloos aan,
vervangen elkaar, want
mooie gezichten en strakke spijkerbroeken
zijn gemakkelijk vervangbaar.

Uit de menigte stijgen de verlangens op:
ouder lijken, jonger zijn,
oplossen, tijdloos worden,
opgaan in een straatlantaarn,
vreemde huizen verkennen of
de bewustwording van je eigen hartslag

als de kamer kantelt.

Het Spook

Het spook

Het is weer eens zo ver:
ik weet niet wat ik hier doe,
spreek mezelf in keuken toe:
dat ik appels kwam halen om op te eten.

Maar ik was vergeten
hoe van stoep naar supermarkt,
hoe het raam te sluiten.
Herinner me wat het spook zei:
‘Alles van waarde is buiten.’

Ik slenters slechts in cirkels
voor het stoplicht.
Stuur een bericht,
en nog één.
Er is een verklaring uit te graven,
het moet me opgedrongen zijn.
‘Verder lopen kan alleen
als er oplossingen zijn’
zegt het spook.

Ik analyseer alvast
teksten op de koelkast
Er zal in de kantlijn
toch ergens een pijl zijn.