Die
nacht bleven we
drinken.
Ik dacht dat het de wijn was
die
deed duizelen:
het
was wat we geworden waren
en
dat we je vriendin vergaten,
kleiner
maakten.
We
groeiden groter,
onze
schoenen en
onze
kleren uit.
Je
haren hadden vlamgevat:
het
vuur zag zwart van het groen
en
van het
grijsdraaien
van platen.
Duisternis
stond besluiteloos
achter
het glas
de
dag lag zwijgend
op
het dak.
Het
was gemakkelijk:
het
schuiven van gordijnen,
een
deur vergrendelen.
Je
was onmogelijk
niet
aan te raken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten